Hoofd Menu

Provinciale Statenverkiezingen

Artikelindex

Provinciale Statenverkiezingen - Voortaan worden de leden van de Provinciale Staten tegelijkertijd met de verkiesbare leden van het algemeen bestuur van de waterschappen gekozen. De leden van de Provinciale Staten worden eenmaal in de 4 jaar rechtstreeks gekozen. De laatste verkiezingen voor de Provinciale Staten werden op 18 maart 2015 gehouden. De volgende verkiezingen voor de provinciale staten vinden plaats op 20 maart 2019.

Provinciale Staten in vogelvlucht - Nederland telt 12 provincies. In de Grondwet is bepaald dat het hoogste gezag in de provincies ligt bij de provinciale staten. Iedere provincie heeft een dus zo'n eigen vertegenwoordigend orgaan: Provinciale Staten. De leden van dit ‘provinciale parlement’ worden eens in de vier jaar gekozen door de inwoners van de provincie. Het aantal leden is afhankelijk van het aantal inwoners in de provincie. Zeeland heeft weinig inwoners en heeft 39 Statenleden. De provincies met de meeste inwoners, zoals Noord-Holland en Noord-Brabant, hebben er 55. Provinciale Staten nemen de belangrijkste beslissingen in de provincie. Een voorstel wordt aangenomen als een meerderheid van de aanwezige Statenleden vóór stemt. Provinciale Staten hebben ook een controlerende taak. Als bijvoorbeeld besloten is dat er moet worden bezuinigd op het openbaar vervoer, dan moeten de Statenleden in de gaten houden of het bestuur deze bezuinigingen wel echt doorvoert. Een bijzondere bevoegdheid van de Provinciale Staten is het kiezen van de leden van de Eerste Kamer. Dit gebeurt binnen 3 maanden na de verkiezingen voor de Provinciale Staten.


Gedeputeerde Staten in vogelvlucht - Het College van Gedeputeerde Staten is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de provincie. Dit college wordt voorgezeten door de commissaris van de Koning en bestaat verder uit minimaal 3, en maximaal 9 gedeputeerden. Het woord ‘gedeputeerde’ betekent ‘afgevaardigde’. Een college van Gedeputeerde Staten wordt benoemd voor een periode van vier jaar. Het verschilt dus per provincie hoeveel gedeputeerden er zijn. In Limburg zijn er zes gedeputeerden, in Zeeland maar vier. Iedere gedeputeerde houdt zich met een paar onderwerpen bezig, zoals ruimtelijke ordening, verkeer, vervoer, milieu of cultuur. Ze bereiden de besluiten van Provinciale Staten voor, voeren de besluiten uit en leggen verantwoording af aan Provinciale Staten. Het besturen van de provincie is een dagtaak, gedeputeerden hebben er geen andere baan naast.

Elke provincie heeft een commissaris van de koning - De commissaris wordt niet gekozen, maar benoemd door de regering. Provinciale Statenleden mogen wel aan de regering laten weten wie ze willen als commissaris. Dit noem je een ‘voordracht’. De commissaris van de koning is voorzitter van Gedeputeerde Staten én voorzitter van Provinciale Staten. Hij of zij heeft echter alleen stemrecht in Gedeputeerde Staten. De commissaris komt op voor de belangen van de provincie, bijvoorbeeld tijdens overleggen met de regering in Den Haag. De commissaris van de koning is vaak wel het ‘gezicht’ van de provincie, maar is niet de baas. Een commissaris van de koning verdient ongeveer evenveel als een minister of een burgemeester van een grote stad. Dat is ongeveer € 140.000 bruto per jaar.

Aantal leden - Het aantal leden van Provinciale Staten is afhankelijk van het aantal inwoners van de provincie en kan variëren van 39 tot 55 leden. Elke provincie bepaalt voorafgaand aan de verkiezingen het aantal te verdelen zetels voor de Provinciale Staten.

Overzicht aantal zetels per provincie:
Provincie Drenthe 41
Provincie Flevoland 41
Provincie Fryslân 43
Provincie Gelderland 55
Provincie Groningen 43
Provincie Limburg 47
Provincie Noord-Brabant 55
Provincie Noord-Holland 55
Provincie Overijssel 47
Provincie Utrecht 49
Provincie Zeeland 39
Provincie Zuid-Holland 55


Politieke betekenis - In 2003, 2007 en 2011 vonden de Provinciale Statenverkiezingen binnen een jaar na de Tweede Kamerverkiezingen en het aantreden van een nieuw kabinet plaats. De Provinciale Statenverkiezingen worden daarom door de landelijke politiek als een belangrijke eerste graadmeter beschouwd over de vraag hoe kiezers oordelen over de eerste verrichtingen van de nieuwe Tweede Kamer en het nieuwe kabinet. In 2019 vinden de Provinciale Statenverkiezingen plaats 2 jaar na de Tweede Kamerverkiezingen. Ook nu speelt het oordeel over het kabinet (Rutte III: VVD, CDA, D66 en CU) een grote rol.

Provinciale Statenverkiezingen 2011 - Bij deze verkiezingen, ten tijde van Rutte I, ging het vooral om de vraag of VVD, CDA en PVV een meerderheid in de senaat wisten te behalen. Rutte I was een minderheidskabinet bestaande uit de politieke partijen VVD en CDA, en kreeg van oktober 2010 tot april 2012 gedoogsteun vanuit de Tweede Kamer van de PVV. In de Tweede Kamer had dit kabinet een nipte meerderheid van 76 zetels, maar op basis van de Eerste Kamerverkiezingen van 2007 hadden zij die in de Eerste Kamer nog niet. De PVV was zelfs nog helemaal niet vertegenwoordigd in de Eerste Kamer.

Het Kabinet Rutte II was een coalitie van VVD en PVDA. In de Tweede Kamer (2012-2017) hadden zij samen een kleine meerderheid van 77 zetels. Wanneer het kabinet een wetsvoorstel indiende, kon ze (meestal) rekenen op de steun van deze 77 Kamerleden. Maar in de Eerste Kamer lag dit anders. VVD en PvdA hadden in de Eerste Kamer (2011-2015) 30 zetels , te weinig voor een meerderheid. Het Kabinet Rutte II had dus altijd steun nodig van andere partijen. Dit kabinet overlegde daarom vaak met D66, ChristenUnie en SGP. Maar ook met andere partijen werd gepraat om een meerderheid voor elk wetsvoorstel te krijgen. Dat betekende dat dit kabinet haar plannen vaak moet aanpassen.

Provinciale Statenverkiezingen 2015 - De Statenverkiezingen 2015 stonden in belangrijke mate in het teken van de daarop volgende Eerste Kamerverkiezingen van 26 mei. Premier Rutte en andere politieke leiders namen actief deel aan de campagne. Het belang dat aan de Statenverkiezingen werd gehecht, bleek verder uit het lijsttrekkerschap van twee CDA-Tweede Kamerleden. Eddy van Hijum was lijsttrekker in Overijssel (hij nam afscheid als Kamerlid) en Sander de Rouwe was lijsttrekker in Fryslân.

De uitslagen van de Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart 2015 lieten een verdere fragmentatie van de Nederlandse politiek en verlies voor regeringspartijen VVD en - vooral - PvdA zien. Er zijn veel winnaars: D66, SP, ChristenUnie, SGP, Partij voor de Dieren, 50PLUS en provinciale partijen. CDA en PVV blijven vrijwel stabiel. De opkomst was lager dan in 2011.

Door deze uitslag hadden VVD en PvdA in de Eerste Kamer steun van meer (oppositie)fracties nodig dan tot nu het geval was. Mogelijkheden om die steun te vinden, leken er wel voldoende te zijn.