Onderzoeksbureau INTRAVAL heeft – in opdracht van het WODC – de verdiepingsstudie uitgevoerd van de 3e meting van de monitor waarmee de ontwikkelingen worden gevolgd na de aanscherping van het coffeeshopbeleid en de aan het coffeeshopbeleid gerelateerde fenomenen worden geduid.

In medio 2017 is in 2 grensgemeenten in de politieregio Oost- Nederland en in 3 grensgemeenten in de politieregio Limburg etnografisch veldonderzoek uitgevoerd waarbij per gemeente steeds 1 of 2 hotspot(s) werden geselecteerd waar drugsgerelateerde overlast zou voorkomen. De keuze van de gemeenten en de hotspots werd gebaseerd op de resultaten van de eerste fase van de derde meting en de relevante onderwerpen die daaruit naar voren zijn gekomen: 1. softdrugstoerisme; 2. straathandel; en 3. ontwikkelingen in overlastmeldingen, wat nader is onderzocht aan de hand van de lokale ontwikkelingen in het coffeeshoptoerisme (het bezoek van niet-ingezetenen van Nederland aan coffeeshops), het softdrugstoerisme (de verkoop van cannabis aan niet-ingezetenen buiten de coffeeshop), de softdrugsgerelateerde overlast en de illegale verkoop van soft- en/of harddrugs buiten de coffeeshop (door straatdealers en drugsrunners).

In overleg met lokale experts (gemeenteambtenaren en politiefunctionarissen) werden totaal 7 hotspots vastgesteld in 5 grensgemeenten, waar vervolgens etnografisch veldonderzoek werd verricht. In totaal zijn 35 experts geïnterviewd, bijna 100 informele gesprekken gevoerd met straatdealers, lokale ondernemers, coffeeshopbezoekers, bewoners, rondhangende personen en passanten, 174 enquêtes gehouden met omwonenden en ondernemers, 182 enquêtes afgenomen bij (soft)drugsgebruikers en 211 observaties in de omgeving van de coffeeshop uitgevoerd.

Bijna alle coffeeshops op de hotspots trekken buitenlandse bezoekers aan die softdrugs willen kopen en gebruiken in een coffeeshop. De grensligging van de vijf geselecteerde gemeenten speelt een belangrijke rol bij dit ‘coffeeshoptoerisme’. Naar welke gemeente zij afreizen laten zij vooral afhangen van de afstand die zij moeten afleggen en hoe toegankelijk de shops in een gemeente zijn. Niet alle buitenlandse softdrugsgebruikers zijn ervan op de hoogte welke coffeeshop zij wel of niet in mogen. De gebrekkige kennis van coffeeshoptoeristen biedt drugsrunners en straatdealers op enkele hotspots de mogelijkheid om buitenlandse toeristen te misleiden en hen op straat softdrugs te verkopen.

Op alle 7 hotspots was sprake van illegale handel in soft- en/of harddrugs, waarbij op 2 daarvan (in twee gemeenten) sprake was van zichtbare straathandel. Hier werd openlijk gehandeld in zowel soft- als harddrugs en waren drugsrunners en straatdealers bepalend voor het straatbeeld waarmee bewoners dagelijks worden geconfronteerd. Het lijkt er op de hotspots in deze twee gemeenten wel op dat de mate van illegale verkoop iets is afgenomen ten opzichte een jaar daarvoor. Een mogelijke verklaring hiervoor is de actieve bestrijding door de politie in beide gemeenten. De illegale verkopers zijn op beide hotspots nog steeds prominent zichtbaar, maar de transacties zijn minder zichtbaar geworden.

In de overige 3 verdiepingsgemeenten drukt de illegale verkoop van drugs niet zichtbaar een stempel op de beleving van de openbare ruimte op de hotspots. Op enkele hotspots zijn wel straatdealers en drugsrunners actief, maar de zichtbaarheid van hun activiteiten is beperkt, deels omdat zij voorzichtiger lijken te werken dan voorheen. Zij laten zich niet altijd meer in de omgeving van de coffeeshop zien, spreken gerichter potentiële klanten aan en werken meer op bestelling.

In het algemeen ervaren om-wonenden en om-werkenden in de directe omgeving van een coffeeshop het vaakst overlast van de drukke verkeerssituatie. De infrastructuur in de buurt is vaak niet berekend op de bezoekersstromen van de coffeeshops en andere gelegenheden die ook voor druk op de infrastructuur zorgen. Verder is er overlast van de illegale verkoop van drugs door straatdealers en drugsrunners. De (vermeende) aanwezigheid van deze jonge, mannelijke verkopers leidt tot een onveilig en/of onprettig gevoel bij omwonenden. Wel lijkt de werkwijze van de straathandelaren te zijn veranderd sinds de vorige meting. Zij zijn voorzichtiger geworden, mogelijk door gerichte acties van politie en gemeenten. De dealers lijken zich meer bewust te zijn van hun directe omgeving, spreken gerichter potentiële klanten aan en laten de transacties buiten de hotspot plaatsvinden.

De verdiepingsstudie laat verder zien dat de houding van de coffeeshopeigenaar en de medewerkers richting andere betrokkenen en de buurt belangrijk is bij het beheersbaar maken en houden van de situatie rondom de coffeeshop. Voorbeelden daarvan zijn praktische zaken als het aanvegen van de straat en het in goede banen leiden van het parkeerbeleid. Het samen optrekken om de mogelijke overlast in de omgeving van de coffeeshop tot een minimum te beperken, komt de leefbaarheid in de directe omgeving van de coffeeshops doorgaans ten goede.

Aan de keuze voor de hotspots in de 5 gemeenten lagen – softdrugstoerisme, straathandel en ontwikkelingen in overlastmeldingen – ten grondslag die nader zijn onderzocht. ‘Puur’ softdrugstoerisme - niet-ingezetenen die naar Nederland afreizen met de ‘intentie’ om op de illegale markt softdrugs te kopen – komt niet of nauwelijks voor op de hotspots. Er zijn weliswaar buitenlandse bezoekers die softdrugs kopen bij de plaatselijk straatdealers, maar dit is meestal niet hun primaire doel wanneer zij naar een Nederlandse gemeente afreizen.

Het 2e onderwerp betreft de straathandel. Onze studie laat zien dat drugsrunners en straatdealers een zekere rationaliteit hanteren bij het bepalen van hun werkwijze. Zij passen zich voortdurend aan op basis van de mogelijkheden die hen geboden worden. We zien op diverse hotspots dat - nu de straathandelaren nauwlettend in de gaten worden gehouden - zij voorzichtiger (zijn) gaan opereren. In de eerste plaats om niet opgepakt te worden, maar ook om hun eigen handel niet te schaden.

Het 3e onderwerp heeft betrekking op de overlastmeldingen die onder de noemer ‘overlast door alcohol en/of drugs’ worden geregistreerd bij de politie. Een verdiepende analyse laat zien dat de 5 geselecteerde gemeenten vaak hoger scoren op zoektermen die duiden op aan drugs gerelateerde overlast. De zoekterm ‘coffeeshop’ en de namen van shops en omliggende straten in de hotspot komen echter beperkt voor.

Reflectie – bij deze studie wordt de betrokkenheid door coffeeshops bij het oplossen van problemen voor de leefbaarheid in wijken genoemd en sommige coffeeshops zich inspannen om het parkeerbeleid in goede banen te leiden, wat dat betreft beperkt de softdrugsgerelateerde overlast zich eigenlijk tot parkeeroverlast; Het samen optrekken om de mogelijke overlast in de omgeving van de coffeeshop tot een minimum te beperken, komt de leefbaarheid in de directe omgeving van de coffeeshops doorgaans ten goede. Ook uit de overlastmeldingen bij de politie onder de noemer ‘overlast door alcohol of drugs’ blijkt dat de term coffeeshop beperkt voor komt. Overlast door het gebruik van softdrugs blijkt dus nauwelijks een issue te zijn. Betreft coffeeshoptoerisme weten niet alle buitenlandse softdrugsgebruikers welke coffeeshop zij wel of niet in mogen. Naar welke gemeente zij afreizen laten zij daarbij vooral afhangen van de afstand die zij moeten afleggen en door de gebrekkige kennis van coffeeshoptoeristen biedt dat drugsrunners en straatdealers op enkele hotspots de mogelijkheid om buitenlandse toeristen te misleiden en hen op straat softdrugs te verkopen.
Welke rol de handhaving van het Ingezetencriterium speelt voor het kunnen scheiden van de markten door buitenlandse toeristen te kunnen misleiden t.b.v de illegale verkoop van cannabis daarop geeft deze Intraval-monitor geen antwoord op.  

Intraval, november 2017 http://www.intraval.nl/pdf/b158_MON3b.pdf