Nationale Drugmonitor. Jaarbericht 2017, cannabis paragraaf (p.82 - p.111)

Intro 

- Cannabis (Cannabis Sativa of hennep) omvat hasj en wiet in diverse preparaten. Consumenten ervaren cannabis meestal als rustgevend, ontspannend en geestverruimend. In een hoge dosis kan cannabis angst, paniek en psychotische symptomen veroorzaken.
THC (tetrahydrocannabinol) is het belangrijkste psychoactieve bestanddeel van cannabis. De werking van THC wordt mogelijk beïnvloed door een ander bestanddeel: cannabidiol (CBD). Nederwiet bevat nauwelijks CBD, hasj uit het buitenland bevat meer CBD.

- Cannabis staat op lijst II van de Opiumwet; hennepolie, een olieachtige oplossing met een hoge concentratie THC, staat op lijst I. De laatste jaren is de wetgeving rond cannabis aangescherpt met het ingezetenencriterium (2013) voor de verkoop in coffeeshops en de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen (2015).

- Naast illegaal gebruik is cannabis in Nederland erkend als medicijn voor een beperkt aantal aandoeningen. Er is enig bewijs dat medische cannabis en THC/CBD-combinaties een gunstig effect kunnen hebben bij het behandelen van mensen met (een bepaald soort) chronische pijn, misselijkheid bij chemotherapie, spasticiteit en andere aandoeningen. Het aantal studies en de kwaliteit ervan is gering volgens het Trimbos Instituut en bovendien is er een scala aan aandoeningen, toedieningsvormen en doseringen, waardoor conclusies lastig te trekken zijn.

Recente ontwikkelingen in het cannabisbeleid in 2017

Verruiming sluitingsbevoegdheden panden
Een wetsvoorstel tot uitbreiding van artikel 13b Opiumwet (Verruiming sluitingsbevoegdheid) is in augustus 2017 aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel regelt dat de bevoegdheid van de burgemeester om woningen of andere panden te sluiten ook geldt in geval van strafbare voorbereidingshandelingen voor het bereiden of telen van drugs (er voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die daar duidelijk voor bestemd zijn).

Wetsvoorstel Wet gesloten coffeeshopketen
Op 21 februari is het initiatiefwetsvoorstel Wet gesloten coffeeshopketen aangenomen in de Tweede Kamer. Het wacht op behandeling in de Eerste Kamer. De bedoeling van het wetsvoorstel is de hele keten rond de coffeeshops transparant te regelen. Het belangrijkste voorstel is om een systeem in te stellen van ministeriële ontheffingen aan beroeps- en bedrijfsmatige telers, te verlenen door de Minister van VWS. Dit initiatiefwetsvoorstel wordt aangehouden in de Eerste kamer wachtende de resultaten van de aangekondigde uniforme weietteelt experimemten in 6-10(middel) grote gemeenten.

Rijden onder invloed van drugs
De politie heeft sinds 1 juli 2017 de bevoegdheid de speekseltest te gebruiken om rijden onder invloed van drugs vast te kunnen stellen. In een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) zijn grenswaarden vastgelegd voor zowel alcohol als drugs in het bloed, voor zowel enkelvoudig gebruik als gecombineerd gebruik van drugs en van drugs en alcohol of geneesmiddelen.

Intensivering van de aanpak van synthetische drugs en cannabisteelt in Zuid-Nederland
De Taskforce en de Intensivering Zuid-Nederland van politie en Openbaar Ministerie worden in 2017 voortgezet en versterkt.

Hennepteelt
Er zijn in 2016 ruim 5.500 hennepkwekerijen geruimd, minder dan in 2014 en 2015. De meeste zijn geruimd bij de politie-eenheden Oost-Nederland, Zeeland-West-Brabant, Rotterdam en Limburg.

Sancties voor Opiumwetdelicten
De meeste Opiumwetzaken brengt het Openbaar Ministerie voor de rechter. Daar eindigt 12% in een vrijspraak, vooral en in toenemende mate bij softdrugszaken. De taakstraf en de (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zijn de meest voorkomende sancties in Opiumwetzaken. Taakstraffen worden vooral opgelegd in softdrugszaken, onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen worden vooral opgelegd in harddrugszaken; dit patroon verandert niet in 2016.

De belangrijkste feiten en trends over cannabisgebruik/consumptie:
- In 2016 had een op de vijftien volwassenen in het afgelopen jaar cannabis gebruikt, even veel als in 2015.
- Tussen 2011 en 2015 daalde het percentage scholieren van 12-16 jaar van het voortgezet onderwijs dat ervaring heeft met cannabis. Cannabisgebruik is lager onder scholieren die vinden dat hun ouders strenge regels stellen over blowen. Het percentage laatste-jaar- en laatste-maand-gebruikers onder 15-16-jarige scholieren ligt in 2015, evenals in 2011, boven het Europese gemiddelde.
- Evenals in andere westerse landen is cannabis in Nederland de meest gebruikte illegale drug. Ongeveer een vijfde (20,9%) van de bevolking van 18 jaar en ouder rapporteerde in 2016 ooit in het leven wel eens cannabis (hasj of wiet) te hebben gebruikt. Het percentage gebruikers in het afgelopen jaar (6,6%) en in de afgelopen maand (4,1%) ligt beduidend lager. Iets minder dan een derde van de laatste-maand-gebruikers (1,2%) in de bevolking van 18 jaar en ouder gebruikt dagelijks of bijna dagelijks. Dat komt neer op respectievelijk:
2,77 miljoen ooit gebruikers van cannabis (95% betrouwbaarheidsinterval 2,63-2,91 miljoen); 880 duizend volwassenen die cannabis in het afgelopen jaar hadden gebruikt (95% betrouwbaarheidsinterval 790-960 duizend);
550 duizend gebruikers in de afgelopen maand (95% betrouwbaarheidsinterval 480-620 duizend);
150 duizend dagelijkse of bijna dagelijkse cannabisgebruikers (95% betrouwbaarheidsinterval 120-190 duizend).

Consumptie van cannabis komt het meest voor onder jongvolwassenen.
- In de hogere leeftijdsgroepen heeft een steeds groter deel wel ooit, maar niet in het afgelopen jaar gebruikt. Dat betekent dat een groot deel van degenen die ooit cannabis hebben gebruikt daar op latere leeftijd mee stopt.
- Twintigers hebben het vaakst ervaring met cannabis (42,4% onder 20-24-jarigen en 39,7% onder 25-29-jarigen), gevolgd door dertigers (37,4%) en 18-19-jarigen (30,8%).
- Het percentage gebruikers in het afgelopen jaar is het hoogst onder 20-24-jarigen (21,1%) en 18-19-jarigen (21,0%), gevolgd door 25-29-jarigen (16,6%), en is lager onder 30-39-jarigen (9,2%).
- De gemiddelde leeftijd van de laatste-jaar-gebruikers is 32 jaar.

Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar bij het gebruik in de afgelopen maand in deze leeftijdsgroepen, met 13,2% onder de 18-19-jarigen, 11,1% onder de 20-24-jarigen, 10,6% onder de 25-29-jarigen, en 6,0% onder de 30-39-jarigen.  In de meeste leeftijdsgroepen gebruikte ongeveer twee derde van de laatste-jaar-gebruikers nog in de afgelopen maand.
In de hogere leeftijdsgroepen gebruiken naar verhouding nog maar weinig mensen cannabis. Van de 50-64-jarigen is 2,0% een laatste-jaar-gebruiker en 1,4% een laatste-maand-gebruiker, en onder 65-plussers is dat respectievelijk 0,7% en 0,5%.
Onder laatste-jaar-gebruikers in de aanvullende Leefstijl monitor aanvullende studie is de gemiddelde startleeftijd van cannabisgebruik 18,6 jaar, ongeveer gelijk voor mannen (18,5 jaar) en vrouwen (18,9 jaar).

Meer mannen dan vrouwen gebruiken cannabis. Dit verschil komt vooral tot uiting in de meer regelmatige gebruikspatronen.
- Het verschil tussen mannen en vrouwen is kleiner bij ooit gebruik (25,2% versus 16,7%, factor 1,5) dan bij laatste-jaar-gebruik (9,0% versus 4,3%, factor 2,1) en bij laatste-maand-gebruik (6,1% versus 2,2%, factor 2,8) en (bijna) dagelijks gebruik (1,8% versus 0,6%, factor 3).

- Minder laag opgeleiden dan hoog opgeleiden gebruiken cannabis, maar als laag opgeleiden gebruiken doen zij dat vaker frequent (bijna dagelijks).
- Hoog opgeleide personen (28,8%) hebben ruim twee keer zo vaak ervaring met cannabisgebruik dan laag opgeleiden (12,3%). Middelbaar opgeleiden zitten daar met 20,7% tussenin.
- Het percentage laatste-jaar-gebruikers en laatste-maand-gebruikers is eveneens het laagst onder laag opgeleiden, maar middelbaar en hoog opgeleiden liggen op deze twee maten van gebruik dicht bij elkaar.
- Hoewel het gebruik in de afgelopen maand het laagst is onder de laag opgeleiden, is het percentage dagelijkse of bijna dagelijkse cannabisgebruikers in deze groep het hoogst: 36,1%, vergeleken met 29,5% van de middelbaar- en 22,2% van de hoog opgeleide laatste-maand-gebruikers. Van de totale volwassen bevolking is 1,3% van de laag opgeleiden, 1,3% van de middelbaar opgeleiden en 0,9% van de hoog opgeleiden een (bijna) dagelijks blower.

- Het aantal primaire cannabiscliënten in de verslavingszorg steeg tot 2011 en is sindsdien tot 2015 gestabiliseerd.
- Cannabis-gerelateerde gezondheidsincidenten zijn meestal licht tot matig ernstig en de mate van intoxicatie lijkt de afgelopen jaren bij ambulances en op EHBO’s toe te nemen. Incidenten zijn relatief vaak afkomstig uit regio Amsterdam. Het gaat hier veelal om toeristen die met een cannabisintoxicatie naar de spoedeisende hulp van ziekenhuizen gaan.
- De THC-concentratie in nederwiet verschilde in 2017 weliswaar niet van die in 2016, maar is sinds 2013 significant gestegen. Het THC-gehalte in geïmporteerde hasj stijgt de laatste jaren licht, en is in 2017 hoger dan de piek in 2010, en voor het eerst hoger dan het THC-gehalte in nederwiet.
- Sinds 2006 stijgt de gemiddelde prijs van een gram nederwiet (meest populaire variant) geleidelijk met 6,5% per jaar, hoewel in 2017 de prijs ongeveer gelijk was aan die in 2016. De prijs van een gram geïmporteerde hasj schommelt door de jaren en is sinds het begin van de monitor in 2000 met gemiddeld 3,6% per jaar gestegen. In 2017 was deze prijs vergelijkbaar met het voorgaande jaar.

- Consumptie van cannabis komt meer voor in grote steden dan elders.
In zeer stedelijke gebieden ligt het percentage ooit-, laatste-jaar- en laatste-maand-gebruikers ongeveer 1,5 tot 2,5 keer hoger dan in de rest van Nederland.
Zo ligt het percentage laatste-maand-gebruikers in (zeer) stedelijke gebieden (5,5%) 1,9 keer hoger dan in matig stedelijke gebieden (2,9%) en 2,5 keer hoger dan op het platteland (2,2%).
(Bijna) dagelijks gebruik komt voor onder 28,2% van de laatste-maand gebruikers, oftewel 1,2% van de volwassen bevolking. Dagelijks gebruik is een risicofactor voor problematisch cannabisgebruik, zoals cannabisverslaving.
Cannabis wordt doorgaans met tabak gerookt in joints (blowen, zie hierna). Bijna 6 van de 10 van de laatste-maand-gebruikers (58,5%) nam niet meer dan 1 joint op een ‘typische blowdag’, 20,1% rookte 2 joints, 9,2% rookte 3 joints en 12,2% gebruikte meer dan 3 joints.

-Wiet is veruit de meest favoriete cannabisvariant. Bijna twee derde (65,6%) van de laatste-maand- gebruikers rookt meestal wiet, 19,5% meestal hasj en 14,9% geeft aan beide even vaak te gebruiken.
In de Leefstijlmonitor-Aanvullend (LSM-A) 2016 is gevraagd waar volwassenen hun cannabis verkrijgen; Op de vraag ‘Koopt u of krijgt u meestal uw cannabis?’ antwoordt het grootste deel van de laatste- jaar-gebruikers het meestal zelf te kopen (44,0%) of het te krijgen of met anderen mee te roken (36,8%). Een op de zes gebruikers (17,2%) zegt het soms te kopen en soms te krijgen. Daarnaast geeft 2,0% van de cannabisgebruikers aan het zelf te kweken. Onder (bijna) dagelijkse cannabisgebruikers ligt het aandeel dat meestal zelf koopt hoger: 81,1% koopt meestal zelf. Daarnaast zegt 8,9% het soms te kopen en soms te krijgen, 6,8% het zelf te kweken en 3,2% van de (bijna) dagelijks gebruikers krijgt de cannabis of rookt mee. Vervolgens is aan degenen die (soms) cannabis kopen gevraagd waar zij in het afgelopen jaar wel eens cannabis kochten. Bijna iedereen (94,6%) had wel eens cannabis in een coffeeshop gekocht. Het kopen bij een dealer thuis of bij iemand anders thuis (10,3%) kwam minder vaak voor. Eén op de twintig (5,8%) had wel eens cannabis gekocht in een uitgaansgelegenheid (café, disco, festival). Aankoop op straat of in een park (2,4%), via een 06-dealer (2,8%) en via internet (0,7%) kwam weinig voor. Daarnaast gaf 3,8% aan cannabis ‘op een andere manier’ gekocht te hebben in de afgelopen 12 maanden.

Cannabis wordt het meest gekocht in coffeeshops, de gedoogde verkooppunten. In 2014 is het marktaandeel van coffeeshops geschat op 55%-70%. Het merendeel van de cannabisgebruikers die hun cannabis zelf kopen, doet dit in een coffeeshop.
Cannabis is ook beschikbaar via illegale verkooppunten, zoals thuisdealers, straatdealers, ‘onder- de-toonbank’ dealers in horecagelegenheden, en via thuisbezorging na telefonische bestellingen (06-dealers). Aankoop via deze kanalen komt onder de algemene bevolking minder voor.

Coffeeshops en overige verkooppunten
Maart 2017 telde Nederland 567 officieel gedoogde coffeeshops. Eind 2016 waren dat 573 coffeeshops verspreid over 103 coffeeshopgemeenten, waarvan ongeveer de helft (52%) zich bevond in steden met meer dan 200.000 inwoners.
Het aantal coffeeshops in Nederland daalt gestaag: tussen 2006 en 2016 met 20%. In 1999 waren er nog 846 coffeeshops. In 2016 hadden 287 van alle 390 gemeenten (74%) géén coffeeshop. Dit percentage is gelijk aan de voorgaande meting uit 2014, hoewel het toen om 300 van de 403 gemeenten (74%) ging (het aantal Nederlandse gemeenten is afgenomen).

Binnen de landelijke kaders kunnen gemeenten zelf hun beleid bepalen rondom de vestiging van coffeeshops. Eind 2016 voerde 70% van de gemeenten een ‘nulbeleid’, een kwart voerde een maximumbeleid (26%), en 4% gaf aan geen formeel beleid te voeren.
Tussen 2014 en 2016 zijn er 22 coffeeshops verdwenen. De belangrijkste redenen voor het verdwijnen zijn de gebiedsgerichte aanpak ‘1012’ in Amsterdam, handhaving van een afstandscriterium door gemeenten, sluiting als gevolg van een negatief BIBOB-advies en overtreding van de van toepassing zijnde gedoogcriteria. Via “Project 1012” wordt speciaal in Amsterdam “gestuurd op het geleidelijk aan verminderen van het aantal coffeeshops in het centrum”.
Er zijn ook vier coffeeshops bijgekomen, omdat enkele gemeenten het aantal coffeeshops nader overeen willen laten komen met het maximum aantal coffeeshops in hun beleid.

Medicinaal cannabisgebruik
Het medicinale cannabissysteem is in Nederland strikt gescheiden van het recreatieve cannabissysteem van coffeeshops. In de Leefstijlmonitor-Aanvullend (LSM-A) van 2016 is aan laatste-jaar- gebruikers van cannabis gevraagd of zij cannabis voor (uitsluitend of ook voor) medicinale doeleinden, bijvoorbeeld als pijnstillend middel, gebruiken. Ook is gevraagd of zij hun cannabis op doktersrecept hebben verkregen; Vier van de vijf cannabisgebruikers van 18 jaar of ouder (82,4%) neemt cannabis niet als medicijn. Van de laatste-jaar-gebruikers zegt slechts 0,8% cannabis alléén als medicijn op doktersrecept te gebruiken.
Daarnaast gebruikt 6,4% cannabis enkel als medicijn, maar zonder doktersrecept en 10,4% gebruikt cannabis als medicijn en als recreatief middel. Omgerekend naar de volwassen bevolking gebruikt 1,0% cannabis (ook) medicinaal.

Reflectie - Het gebruik van cannabis over de algehele bevolking is in het afgelopen decennium herhaaldelijk gemeten (in 2005, 2009, 2014, 2015, 2016). Vanwege herhaalde wijzigingen in de onderzoeksmethode (leefstijlmonitor) zijn alleen gegevens vergelijkbaar die zijn verzameld vanaf 2014, blijkbaar is de Leefstijl Monitor Aanvullend pas recentelijk ontwikkeld, waardoor er maar een beperkte datavergelijking over een aantal jaren mogelijk is als het gaat om trends bij cannabisconsumptie. Wel biedt de nationale drugmonitor een tenminste wel overzicht van verschillende cathegorien en trends bij het gebruik van cannabis in Nederland over de algehele bevolking van de afgelopen jaren. Daarbij is er qua percentages van gemeenten die wel of geen coffeeshop hebben bij de nationale drugmonitor bovendien wel rekening gehouden met het samenvoegen van gemeenten.

Er zijn wel een aantal verschillen tussen de gegevens uit deze nationale drugmonitor en de grasspoll (N: 8475 per 31-10-2017) als het gaat om medicinaal gebruik van cannabis. Uit de grasspoll blijkt dat 14% van de respondenten het als medicijn gebruikt en 35% zowel als medicijn als genot/ontspanningsmiddel. (Grasspoll tussenrapportage oktober 2017: http://www.cannabisconnect.org/wp-content/uploads/2015/08/Resultaten-Grass-Poll-CC-28-okt-2017.pdf)
Bij de nationale drugmonitor (algeheel bevolkingsonderzoek) zegt daarentegen slechts 6,4% van de bevolking het als medicijn, zonder doktersrecept te nemen (met doktersrecept is dat slechts 0,8% van de respondenten). Daarnaast geeft 10,4 % van de respondenten bij de nationale drugsmonitor aan cannabis zowel als medicijn als recreatief middel te nemen. De verschillen van 35 % bij de grasspoll versus 10.4 % bij het ‘zowel-gebruik’ uit de nationale drugmonitor bijvoorbeeld kan te maken hebben dat bij de grasspoll vooral is ge-enqueteerd via social media en bij coffeeshops onder respondenten die een duidelijke affiniteit met cannabis hebben en daarom de percentages bij dezelfde cathegorie gemiddeld hoger zijn uitgevallen ten opzichte van de algemene nationale drugmonitor.
Bij het kopen van cannabis buiten de coffeeshop zijn de data volgens de tussenrapportage van de grasspoll en de nationale drugmonitor lastig te vergelijken, omdat bij de grasspoll over het gebruik geen sub-specificaties zijn gemaakt, zoals  bij laatste jaar gebruikers bij de nationale drugmonitor.

Trimbos Instituut, 23-1-2018 https://assets.trimbos.nl/docs/f8502344-4a38-4a87-9740-bc408805e2fa.pdf