Hoofd Menu

TWEEDE KAMERVERKIEZINGEN 15 MAART 2017

 

De Cannabis-Kieswijzer is sinds jaren de site over alles wat met verkiezingen enerzijds en anderzijds met cannabis en softdrugsbeleid te maken heeft. Van Europese Parlementsverkiezingen, Eerste Kamer-, Tweede Kamer-, Provinciale Staten- tot aan Raadsverkiezingen. Daarnaast tref je Kamervragen en nieuws of achtergrondartikelen aan; met bijvoorbeeld overzichten van standpunten van verschillende politieke partijen over cannabisbeleid of het stemgedrag van partijen.

Ook berichten we over het experiment gesloten coffeeshopketen. De deadline van 10 juni 2019 is inmiddels verstreken.

 

EXPERIMENT JAexperiment ja

 

 EXPERIMENT NEEexperiment nee

 

EXPERIMENT ONBESLIST091914 MarijuanaYesNo fitbox 1000x1000

 

We hopen dat deze informatie helpt ter oriëntatie om tot een scherpere gedachtevorming te komen over de ontwikkelingen in en van softdrugsbeleid of om bij verschillende verkiezingen mede te kunnen bepalen op welke politieke partij te stemmen.



 

Evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid

Evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid

In de Tweede Kamer heeft op 6 maart 2008 een debat over het Nederlandse drugsbeleid plaatsgevonden. De ministers van VWS, Justitie en BZK hebben tijdens dit debat aan de Kamer toegezegd een nieuwe drugsnota op te stellen. Als voorbereiding op deze drugsnota hebben de ministers van VWS en Justitie aan het Trimbos-instituut en het WODC gevraagd een evaluatie uit te voeren en deze gezamenlijk en integraal te rapporteren.

De evaluatie wil in de eerste plaats laten zien in hoeverre de hoofddoelstelling van het Nederlandse drugsbeleid gerealiseerd is en betreft het primaat van de bescherming van de volksgezondheid: preventie en beheersing van de uit drugsgebruik voortvloeiende individuele en gemeenschapsrisico’s. Daarnaast wordt ingegaan op verschillende subdoelstellingen van het drugsbeleid op de volgende terreinen: Scheiding der markten en beleid ten aanzien van coffeeshops. Preventie en harm reduction. Zorg en behandeling. Drugswetcriminaliteit. Delicten gepleegd door drugsgebruikers. Drugsgerelateerde overlast. Internationale samenwerking. Onderzoek en monitoring.

Sinds de 70-er jaren is het beleid gericht op het tegengaan van marginalisering en criminalisering van de cannabisgebruikers en het verkleinen van de kans dat zij harddrugs gaan gebruiken. Door het gedogen van de kleinschalige verkoop van cannabis en het hard optreden tegen de handel in harddrugs werd een scheiding van de cannabis- en harddrugsmarkten beoogd. Uitgangspunt hierbij was dat de risico’s van cannabis als minder ernstig werden ingeschat dan die van harddrugs. Verliep de verkoop van cannabis aan consumenten in de jaren zeventig primair via huisdealers, vanaf eind jaren tachtig gebeurde dit grotendeels in de coffeeshops.

In 1995 is beleid rondom coffeeshops gericht op het terugdringen van overlast (onder andere drugstoerisme) en criminaliteit rondom coffeeshops en teelt, onder meer via strengere handhaving van regelgeving, betere regulering en uitbreiding van bestuurlijke maatregelen.

Is de beoogde aanpak gerealiseerd? De beoogde aanpak is op sommige punten gerealiseerd, op andere niet. De wetgeving is in 1976 aangepast om de verschillen in risico’s tussen cannabis en harddrugs tot uiting te brengen. Ten opzichte van de verkoop van cannabis door coffeeshops wordt een gedoogbeleid gevoerd, onder voorwaarden die in landelijke OM-richtlijnen zijn vastgesteld (de AHOJ-G-criteria). Deze zijn in de loop van de tijd uitgebreid en aangescherpt. Op lokaal niveau zijn er criteria aan toegevoegd, zoals een bepaalde te treden tegen niet-gedoogde verkooppunten van cannabis zijn verruimd. Daar staat tegenover dat het wettelijk instrumentarium niet frequent gebruikt is en dat de mogelijke criminaliteit rond coffeeshops pas de laatste jaren aandacht krijgt. De criteria worden gehandhaafd, maar tegelijkertijd kent de handhaving beperkingen die het detecteren van overtredingen bemoeilijken. Het coffeeshopbeleid is gedecentraliseerd. Op lokaal niveau zijn uiteenlopende initiatieven genomen om overlast en coffeeshoptoerisme te bestrijden.

Zijn de beoogde uitkomsten gerealiseerd? Zoals beoogd worden cannabisgebruikers zelden gearresteerd vanwege bezit van cannabis en blijven ze als zodanig buiten het strafrecht. In andere westerse landen is de kans om gearresteerd te worden vanwege bezit/gebruik van cannabis veel groter, maar er is geen overzicht in hoeverre dit negatieve (sociale) consequenties heeft voor de gebruiker. Vaak volgt er na arrestatie een boete of waarschuwing.

Uit onderzoek onder cannabisgebruikers blijkt dat coffeeshops de belangrijkste directe of indirecte bron zijn voor de aanschaf van cannabis, maar zijn echter zeker niet de enige bron, ook niet in gemeenten waar coffeeshops aanwezig zijn. Overal is een markt voor niet-gedoogde verkooppunten. Minderjarige jongeren komen vrij gemakkelijk aan cannabis, vooral via vrienden. Daar staat tegenover dat de kans klein is dat zij hier worden ‘blootgesteld’ aan harddrugs. Dit geldt in het algemeen ook voor meerderjarige cannabisgebruikers. In zoverre cannabis via andere, illegale verkooppunten wordt gekocht, neemt het risico op vermenging van de cannabis- en harddrugsmarkten toe, al verschilt dit sterk per type aanbieder. Er kan echter worden geconcludeerd dat de markten in Nederland in vrij grote mate gescheiden zijn.

Gezien de talloze factoren echter die van invloed kunnen zijn op het gaan gebruiken van (hard)drugs blijft het lastig om harde conclusies te trekken over de effecten van de scheiding der markten. Een positief effect van het coffeeshopsysteem op het gebruik van harddrugs kan niet overtuigend worden aangetoond noch worden uitgesloten. Voor zover vergelijkingen gemaakt kunnen worden zijn er vergeleken met Nederland zowel landen met hogere, vergelijkbare als lagere prevalenties van harddrugsgebruik onder cannabisgebruikers. Wel is het gebruik van harddrugs in de algemene bevolking, met uitzondering van ecstasy, relatief laag.

Er zijn geen aanwijzingen dat de coffeeshops hebben geleid tot een buitensporige toename van het cannabisgebruik, althans niet onder volwassenen. Vergeleken met andere westerse landen is het gebruik van cannabis in de algemene bevolking in Nederland relatief laag. Dit kan niet gezegd worden voor (minderjarige) scholieren. Ondanks een algehele stabilisering/daling in het gebruik scoren zij relatief hoog in het gebruik vergeleken met hun leeftijdgenoten in Europa. Of dit samenhangt met de coffeeshops (grotere beschikbaarheid – zij het indirect; gebruik meer normatief) of andere factoren, dat is niet duidelijk. Onder bepaalde groepen (kwetsbare) jongeren is het gebruik van cannabis eerder regel dan uitzondering. Het aantal cannabisgebruikers dat hulp zoekt bij de verslavingszorg is sinds midden jaren negentig sterk gestegen, evenals in tal van andere Europese landen, maar onbekend is of dit wijst op een toename van het probleemgebruik.

Het aantal coffeeshops daalt gestaag. Het aantal gemeenten dat coffeeshops toestaat is echter stabiel gebleven. In het algemeen spannen coffeeshophouders zich in om aan de regels en voorwaarden te voldoen. Overtredingen van het leeftijdscriterium en de maximale handelsvoorraad komen het meest voor. Coffeeshops houden zich vrij goed aan het criterium ‘geen verkoop van harddrugs’. Desondanks bestaat een zeker risico op het niet-bereiken van doelen van het coffeeshopbeleid als gevolg van onduidelijkheid en moeilijke controleerbaarheid van sommige regels.

Landelijk worden niet zo veel formele overtredingen van het voor coffeeshops geldende overlastcriterium geregistreerd. Uit onderzoek blijkt dat dit criterium in 2007 bij ruim 40 procent van de coffeeshops weleens overtreden werd en dat het overlastcriterium in 2004 en 2007 vaker overtreden is dan de andere criteria. Specifieke informatie over omvang en landelijke trends ontbreekt. In sommige grensgemeenten bestaan serieuze overlastproblemen als gevolg van drugstoerisme. Op dit punt heeft het beleid dus duidelijk de doelstellingen niet gehaald. Ook krijgt de rol van criminele samenwerkingsverbanden en criminaliteit rond coffeeshops pas de laatste jaren aandacht. Door aanscherping van het beleid is mogelijk criminaliteit van coffeeshophouders tegengegaan, maar niet de criminele samenwerkingsverbanden achter handel en teelt. De coffeeshopsector is in de loop van de tijd sterk gecommercialiseerd. Dit is opmerkelijk, omdat het beleid is gebaseerd op de gedachte dat de verkoop van cannabis kleinschalig en niet-commercieel zou zijn.


Reflectie – Ondanks de invoering van een Bibob-toets heeft dit niet geleid tot het tegengaan van de marginalisering en decriminalisering van coffeeshops, dit heeft alles te maken met het niet reguleren van de achterdeur, waarbij ook wordt opgemerkt in deze evaluatie door het Trimbos dat de coffeeshopsector sterk is gecommercialiseerd. Obvious, omdat er in de loop van de tijd steeds meer coffeeshops zijn gesloten en de resterende coffeeshops groter worden om de markt van de gedoogde verkoop te kunnen blijven bedienen. Opmerkelijk is dat bij de gedachte dat de verkoop van cannabis kleinschalig en niet commercieel zou zijn er niet is geconstateerd dat aan het toekennen van gedoogbeschikkingen wat dat betreft vereisten aan de rechtsvorm gesteld zouden kunnen worden, zoals via het stichtingsmodel.

Trimbos, 23-06-2009
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2009/06/23/trimbos-instituut-evaluatie-van-het-nederlandse-drugsbeleid

  

 

 

Nieuws

Video's