Acht Limburgse (coffeeshop)gemeenten presenteerden op 12 mei 2009 gezamenlijk hun visie en voorgestane aanpak over de overlast veroorzaakt door de grote stroom buitenlandse (soft)drugstoeristen. Dat is stelsel van 14 beperkende maatregelen voor zowel de voor- als de achterdeur van de coffeeshop: 1. Verplichte legitimatie 2. Verplichte registratie bezoekersaantallen. 3. Verplichte registratie verkoophoeveelheden 4. Toegang alleen aan ingezetenen Nederland 5. Pasjessysteem (kan niet de op dezelfde dag aangevraagd en gebruikt worden). 6. Verminderen toegestane verkoophoeveelheid cannabis (max 3 gr per dag) 7. Aanpassen transactie (per dag per klant in alle coffeeshops max. gr) 8. Uniformering (en evt. beperking) openingstijden 9. Uitsluitend giraal betalen 10. Regulering achterdeur (maximering handelsvoorraad/gereguleerde teelt) 11. Alleen verkoop van Nederwiet, dus geen uit buitenland geïmporteerde cannabisproducten. 12. Spreiding van coffeeshops 13. Antipubliciteit d.m.v Limburgse ontmoedigingsstrategie. 14. Preventie

De beleidsveronderstelling is dat deze gecombineerd een ontmoedigend effect zullen hebben op de massaliteit van het cannabistoerisme en de daarmee gepaard gaande overlast (drugsrunners, dealers, illegale verkoop). Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden om te komen tot de introductie van zo’n ´gesloten systeem´ en de juridische en praktische haalbaarheid van de 14 maatregelen is de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur gevraagd te voorzien in een wetenschappelijk onderbouwd advies. Met een essay en een juridische toets is deze aanpak op praktische en juridische haalbaarheid beoordeeld en in een historisch, analytisch en comparatief perspectief geplaatst.

-Vanuit historisch oogpunt kan worden geconcludeerd dat het coffeeshopmodel zoals die is ontstaan aan verbetering toe is, met name betreft de achterdeur van de coffeeshop;
1 De coffeeshop is in de praktijk ontstaan, waarbij nooit sprake is geweest van een goed doordacht model.
2 De samenleving in de loop der tijd is veranderd en de voorwaarden die aan een cannabisverkooppunt worden gesteld dus afgestemd dienen te worden op huidige samenleving.
3 De vraag naar cannabis in de loop der jaren enorm is toegenomen en de bezoekers van coffeeshops tegenwoordig uit alle lagen van de samenleving komen.
4 Er zijn allerlei ontwikkelingen in het buitenland, waardoor Nederland niet meer alleen staat in haar denken over een model voor een gereguleerde verkoop van cannabis.

-Vanuit een analytisch oogpunt kunnen er vragen worden gesteld bij de aannames die ten grondslag liggen aan ‘Limburg trekt zijn grens’. De ervaren overlastproblematiek kan niet volledig aan het volume van het coffeeshoptoerisme worden toegeschreven. En het volume van het coffeeshoptoerisme leidt niet in alle gevallen tot overlast. Dit betekent dat afname van het volume van het coffeeshoptoerisme niet automatisch tot een vermindering van de ervaren overlast zal leiden. In het huidige plan wordt overlast van coffeeshoptoeristen onterecht op één hoop gegooid en in relatie gebracht met overlast van andere drugstoeristen en niet-gedoogde drugshandelaren. Deze laatste vorm van overlast is niet gerelateerd aan coffeeshops en is dus ook niet op te lossen met maatregelen die gericht zijn op (de ‘voordeur’ van) coffeeshops. De overlastproblematiek dient uitgesplitst te worden, zodat specifieke maatregelen genomen kunnen worden voor de verschillende vormen van overlast die verschillende typen drugstoeristen en drugshandelaren veroorzaken.

-Vanuit comparatief oogpunt bekeken is specifiek ingezoomd op de gemeente Maastricht, want er is in Limburg gekozen voor een gezamenlijke aanpak van deze (Maastrichtse) problematiek, omdat wordt gevreesd voor een waterbedeffect wanneer Maastricht het coffeeshoptoerisme in zijn eentje hard gaat aanpakken; waarbij geconcludeerd is dat de Maastrichtse situatie aspecifiek is;
1 In Maastricht niet alleen sprake van coffeeshoptoerisme, maar vindt daarnaast ook drugshandel plaats vanuit niet-gedoogde panden waarbij straatdealers en drugsrunners een hoofdrol vervullen. Deze (hard)drugsproblematiek is in het verleden onvoldoende aangepakt.
2 De infrastructuur van Maastricht anders: een deel van de coffeeshops is lastig te bereiken waardoor verkeers- en parkeerproblemen ontstaan.
3 De verhouding met een deel van de omliggende (grens)gemeenten zodanig bekoelt dat voor de hand liggende oplossingen zoals verbetering van de infrastructuur (voldoende parkeergelegenheid, bewegwijzering, ligging aan toegangswegen Maastricht, spreiding) ernstig worden tegengewerkt en tijdrovende processen zijn.
4 Maastricht heeft door de media op te zoeken de aandacht op zich gevestigd waarbij het een trekpleister is geworden voor allerlei soorten drugstoeristen en drugshandelaren.
Bij elkaar genomen maakt dit Maastricht een ongeschikte plaats om als pilot te dienen voor het oplossen van een landelijk probleem als het reguleren van de achterdeur. Dit zou wel kunnen in een van de andere Limburgse coffeeshopgemeenten waar minder problematiek is. Bij de beoordeling van de mogelijke effecten van de maatregelen zijn vier clusters aangebracht, te weten:
A maatregelen die gericht zijn op decriminalisering van de achterdeur
B maatregelen die gericht zijn op legitimatie/registratie
C maatregelen die gericht zijn op situationele verbetering
D maatregelen die gericht zijn op beperking van het aanbod.
`
Wanneer bij de beoordeling van de maatregelen rekening wordt gehouden met verschillende effecten dan blijkt dat een belangrijk deel van de maatregelen kan leiden tot illegale parallelmarkten en een toename van de overlast. Het gaat daarbij vooral om maatregelen die zich richten op legitimatie/registratie en maatregelen ter afname van het aanbod. Ook voor consumenten en exploitanten kunnen deze maatregelen negatieve gevolgen hebben. Dat betekent dat de ervaren overlast (van coffeeshoptoeristen) niet zal worden opgelost met de invoering van deze maatregelen. Sterker, er is een gerede kans dat de problematiek groter zal worden door invoering van deze maatregelen; het is daarom niet raadzaam om deze maatregelen door te zetten.

Om de ervaren overlast van coffeeshoptoeristen te bestrijden zullen de maatregelen die zich richten op situationele verbetering – spreiding en hanteren van gedragregels - de beste resultaten opleveren. Mocht er ondanks het beperkte dan wel averechtse effect op het coffeeshoptoerisme toch voor worden gekozen om andere maatregelen in te zetten, dan dient dit gepaard te gaan met zeer strikte handhaving om te voorkomen dat de overlast toeneemt en er verschuivingen plaatsvinden naar illegale parallelmarkten. Een verhoging van de verkoophoeveelheid (terug naar 30 gram) wordt als een effectieve maatregel genoemd om het aantal transacties per coffeeshop terug te brengen. En het uitbreiden van het aantal coffeeshops wordt als een effectieve maatregel genoemd om de kleinschaligheid van coffeeshops te bevorderen.
Maatregelen om de achterdeur te decriminaliseren zullen naar verwachting geen of weinig effect hebben op het aantal coffeeshoptoeristen en de ervaren overlast. Wel kunnen deze maatregelen een bijdrage leveren om ongewenste neveneffecten van het gedoogbeleid terug te dringen waar álle coffeeshopgemeenten in Nederland mee te maken hebben. Daarmee wordt ook te gemoed gekomen aan de oproep van veel coffeeshopgemeenten tot een gesloten systeem.

Conclusie: het merendeel van de maatregelen heeft geen of ongewenste gevolgen voor het aantal coffeeshoptoeristen, die zich op legitimatie/registratie zouden tot een (tijdelijke) afname van het aantal coffeeshoptoeristen kunnen leiden. De effecten van de maatregelen zijn het gunstigst vanuit een politiek/bestuurlijk oogpunt en voor de beeldvorming. Voor de handhaving pakt dat ongunstig tot zeer ongunstig uit, waarbij de invoering van maatregelen in alle gevallen gepaard dient te gaan met voldoende handhavingscapaciteit.
Voor de overlast en de illegale markt zijn sommige maatregelen (zeer) gunstig en andere maatregelen (zeer) ongunstig. Het oordeel over gunstige en ongunstige effecten is vooral van belang, omdat het invoeren van sommige maatregelen in juridisch opzicht een scherpe argumentatie vereist in termen van leefbaarheid. Wanneer die argumentatie ontbreekt, kan de invoering van die maatregelen tot juridische problemen leiden. Uit de bevindingen kan worden afgeleid dat er geen sprake is van consistentie over de effectiviteit van de meeste maatregelen wanneer deze vanuit verschillende invalshoeken worden beoordeeld. Dit bemoeilijkt een dringende argumentatie die noodzakelijk is voor de juridische haalbaarheid en betekent dat er zowel bij de praktische als juridische haalbaarheid van ‘Limburg trekt zijn grens’ grote vraagtekens kunnen worden geplaatst.

Reflectie- zeer uitgebreide analyse van 14 door Limburgse gemeenten voorgestelde maatregelen op de a-typische problematiek van coffeeshoptoerisme aan te pakken, waarbij enerzijds dan wel vraagtekens worden geplaatst bij de juridische haalbaarheid, maar anderzijds wel handreikingen worden gegeven voor een opmaat naar ‘de wietpas’ (I criterium), in het slot wordt namelijk gesteld: ‘Niettemin menen wij dat er reële mogelijkheden zijn om (binnen zekere randvoorwaarden) over te gaan tot invoering van het systeem. Daarbij is de kans van slagen voor een belangrijk deel afhankelijk van de wijze van uitvoering. Bij de formulering van coffeeshopbeleid hebben gemeentebesturen volgens vaste jurisprudentie veel beleidsruimte. Als het in de praktijk toch mis gaat ligt dit in veel gevallen niet zozeer aan het wettelijk kader dat te knellend is, als wel aan de toepassing van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Aan de wijze van uitvoering en de motivering zullen zorgvuldig aandacht geschonken moeten worden om te voorkomen dat de rechter de grenzen stelt in plaats van Limburg’.

Auteurs: NJM Maalsté (TSPB) GJM van den Brink (TSPB) GJ Brouwer (RUG) AE Schilder (VU)

Universiteit Tilburg, 2010
https://pure.uvt.nl/portal/files/1220187/Maalste_Juridische_en_praktische_haalbaarheid__100507pdf.pdf