Initiatiefwet Gesloten Coffeeshopketen D66 - een nadere beschouwing

De Tweede Kamer heeft tijdens de stemmingen op dinsdag 21 februari 2017 met een meerderheid van 77 van 149 stemmen ( een Kamerlid van de ChristenUnie was verhinderd) het Initiatiefwetsvoorstel Gesloten Coffeeshopketen van Vera Bergkamp van D66 aangenomen. De Initiatiefwet (*) die gedoogd gereguleerde cannabisteelt ten behoeve van de coffeeshops mogelijk maakt, gaat nu naar de Eerste Kamer, waar de behandeling zeker enige maanden zal duren. De Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) bespreekt op 7 maart 2016 de procedure.

De stemming in de Tweede Kamer over de wet was hoofdelijk in plaats van bij hand opsteken. De volgende fracties stemden voor de Initiatiefwet: 77 voor, te weten PvdA, SP, D66, GroenLinks, Groep Kuzu/Öztürk (DENK), PvdD, Groep Bontes/Van Klaveren (VNL), Van Vliet, 50 Plus, Klein (Vrijzinnige Partij), Houwers, en Monasch (Nieuwe Wegen). De fracties SGP, VVD, CDA, ChristenUnie en PVV stemden tegen: 72 stemmen.

Vera Bergkamp (nr. 6 op de kandidatenlijst van D66 voor de komende Tweede Kamerverkiezingen – wordt dus gezien de peilingen vrijwel zeker herkozen) zal als indiener haar initiatiefwet gaan verdedigen in de Eerste Kamer. De Eerste Kamer is in de huidige samenstelling (sinds 26 mei 2015) waarschijnlijk geen voorstander van de wet, omdat een te verwachten meerderheid van 40 van de 75 zetels tegen zal gaan stemmen: het betreft hier dan de fracties van de VVD, het CDA, de PVV, de ChristenUnie, de SGP en de OSF. Het voorbereidend onderzoek door de Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) vindt plaats op 11 april 2017.

D66 wil de wet zo aanpassen dat naast de verkoop en het gebruik van hennep en hasjiesj nu ook de teelt gereguleerd wordt. Telers hebben hiervoor dan wel een gedoogbesluit nodig van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De productie blijft strafbaar, maar wordt niet langer vervolgd. Net zoals nu met de verkoop van cannabis in coffeeshops het geval is. Telers worden ook belastingplichtig. De teelt van hennep en hasjiesj moet aan bepaalde eisen met betrekking tot de volksgezondheid voldoen. De hennep of hasjiesj wordt in gesloten verpakkingen van maximaal 5 gram met etiket aan de coffeeshop geleverd. De coffeeshophouder kan op deze manier op een verantwoorde wijze inkopen en de consument weet wat erin zit. De verantwoordelijkheid voor het vast te stellen beleid komt bij de gemeente te liggen. Bijvoorbeeld omtrent het I-criterium (alleen in Nederland woonachtigen hebben toegang), aantal coffeeshops, voorlichting en afstandsbepaling tussen de coffeeshop en een school. Ook wordt de maximale handelsvoorraad voor een coffeeshop losgelaten. Nu ligt deze op maximaal 500 gram, straks mag de burgemeester vaststellen wat een redelijke handelsvoorraad is voor de gedoogde coffeeshop. De minister is verantwoordelijk voor het vaststellen van de hoeveelheid hennep en hasjiesj die in Nederland geteeld mag worden. Zo wordt volgens het wetsvoorstel van D66 niet te weinig geproduceerd, maar ook niet teveel, wat weer illegaal voor de export gebruikt kan worden. Hierbij wordt ruimte geboden voor coffeeshopondernemers en wiettelers om consumenten een divers aanbod van hennep en hasjiesj te kunnen bieden. Ook is het mogelijk om proefverpakkingen in de coffeeshops te plaatsen, zodat klanten eerst kunnen waarnemen wat ze willen kopen.

 Tijdens de tweede termijn op 14 februari 2014 (die meer dan 5 uur duurde) verdedigde Vera Bergkamp op een gedreven en eloquente wijze haar initiatiefwet:

 “Zoals gezegd kondigde Magda Berndsen in 2013 het initiatief aan om de wietteelt in Nederland te reguleren. Alweer 40 jaar geleden is het gedoogbeleid ingezet en ook al 40 jaar discussiëren wij over het gedoogbeleid. Nu wij hier vandaag staan, hoop ik met heel veel passie in mij dat wij echt een stap vooruit kunnen zetten. Waarom vindt D66 het reguleren van de wietteelt nu zo belangrijk? Vorige keer merkte ik overigens ook veel steun van andere politieke partijen. De meeste mensen in Nederland hebben helemaal niets met drugs en moeten er ook niets van hebben, maar wat mensen vaak vergeten is dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking maandelijks cannabis gebruikt: meer dan 500.000 mensen. Zonder het gebruik aan te moedigen erkent D66 dit, net zoals wij met elkaar erkennen dat mensen andere schadelijke producten gebruiken, zoals alcohol en tabak. Ze gebruiken het voor hun genot en voor hun plezier. De heer Van Klaveren zei terecht dat het ook gaat om de individuele keuzevrijheid, het zelfstandig kunnen beslissen om een genotsmiddel te gebruiken. Ik ben het daarmee eens. Daarbij heeft de overheid volgens mij wel een belangrijke taak, net als bij tabak en alcohol. Zij moet zo goed mogelijk regelen dat mensen dit soort middelen, waarbij er zeker risico's zijn voor de volksgezondheid, op een veilige en verantwoorde manier kunnen gebruiken. Misschien discussiëren wij daar straks verder over. Wat dat laatste betreft zijn wij bij alcohol en tabak al een heel eind. Bij cannabis hebben wij last van het huidige gedoogbeleid. Daar wil ik met dit wetsvoorstel een einde aan maken.

Wij hebben vier argumenten waarom wij dit willen. Met het regelen van de teelt dienen wij allereerst de volksgezondheid. Er is op dit moment geen enkel zicht op de totstandkoming van hennep en hasjiesj. Het mag worden verkocht en gebruikt, maar hoe het in de coffeeshop terechtkomt is een soort tovertruc, zoals mevrouw Volp zo mooi zei. Bestrijdingsmiddelen, pesticiden en zelfs haarlak worden gebruikt in de productie. Er is geen enkel zicht op hoe het tot stand komt of hoe het gemaakt wordt. Ik vind dat aan de totstandkoming van dit veelgebruikte product kwaliteitseisen moeten worden gesteld, net zoals we doen bij andere producten die worden verkocht.

Ten tweede faciliteert het huidige beleid criminaliteit. Je mag het niet verkopen, maar je mag het wel telen. Dat heeft ertoe geleid dat heel veel criminele organisaties zich zijn gaan nestelen in de teelt. Door het ontbreken van toezicht wordt de productie gedomineerd door criminele organisaties die daarmee, zoals de heer Van Nispen zei, gigantisch veel geld verdienen. De productie van coffeeshops wordt met dit wetsvoorstel zo veel mogelijk uit handen genomen. Dat heeft ook positieve gevolgen voor de coffeeshophouder. Hij hoeft zich niet meer in te laten met criminele organisaties en kan een sluitende boekhouding gaan vormen, zoals iedere andere ondernemer.

Ten derde dient dit voorstel de rechtszekerheid. Door het beleid op te nemen in de wet is het voor iedereen duidelijk wat al dan niet mag. Onwerkbare situaties, zoals een maximale handelsvoorraad, worden voorkomen.

Ten slotte kan met een gereguleerde coffeeshopketen een beter ontmoedigingsbeleid worden gevoerd. Ik neem echt met klem afstand van het verwijt dat in deze Kamer werd gemaakt, namelijk dat mijn partij met dit voorstel drugsgebruik onder jongeren normaliseert. Ik zal daar straks nog uitgebreid bij stilstaan in reactie op de vragen. Zoals de heer Van Oosten al zei: softdrugs zijn niet meer weg te denken uit de samenleving.”

Voorafgaand aan de stemming op 21 februari werd de initiatiefwet op 1 en 14 februari 2017 in de Tweede Kamer plenair behandeld. Tijdens het deze behandeling in eerste en tweede termijn zijn er drie amendementen (**) en zeven moties (***) aangekondigd en ingediend.

Lees het complete verslag van 1 februari 2017

Kijk naar het debat op debat gemist 1 februari 2017

Lees het complete verslag van 14 februari 2017 februari 2017

Kijk naar het debat op debat gemist 14 februari 2017

Link naar de amendementen in het voorstel en de moties van 21 februari 2017

Link naar stemmingsuitslagen van 21 februari 2017

Stemmingen over de amendementen en het voorstel

Stemmingen over de Moties.

(*)    Een initiatiefwet is een wetsvoorstel van een kamerlid.
(**)   Een amendement is een (voorgestelde) wijziging van het voorliggende voorstel. 
(***)  Een motie is een opdracht/ verzoek aan het kabinet. Het voorliggende voorstel wijzigt door een motie niet.