Kwaliteitscontrole n.a.v concept AMvB wietexperiment

Op 12 november 2018 werd de concept AMvB (algemene maatregel van bestuur) voor de wietproef gepubliceerd. Hierop kan tot 24 december 2018 via internetconsultatie worden gereageerd. Het format hierbij is een vragenblokje van 7 vragen waarbij de nadruk op de geslotenheid van de keten wordt gelegd en de kwaliteitscontrole het nakijken krijgt. Op dit concept is veel commentaar gekomen, vanuit de coffeeshopbranche, maar ook vanuit de VNG en e.e.a zal bij de behandeling van de AMvB in de kamers dus zeker nog aan de orde gaan komen. Bij een eerdere inventarisatie van bezwaren vanuit gemeenten om zich aan te melden voor de wietproef werd ook al geconcludeerd dat kwaliteitscontrole het ondergeschoven kindje is van de wietproef. Deze analyse op de concept AMvB zal daarom uitgaan naar kwaliteitscontrole van cannabis binnen de gesloten coffeeshopketen; daarbij gaat eerst in de eerste plaats om het vaststellen van het volume van de handelsvoorraad, dan de teeltwijze die in het bedrijfsplan zal moeten worden toegelicht met genoemde aspecten betreft de kwaliteit van de aangeboden gedoogde geproduceerde cannabis, dit alles in het licht van een valide kwaliteitscontrole.

Het rapport ‘Cannabis & internationaal recht II’ van professor Van Kempen en onderzoekster Federova (Radboud Universiteit, mei 2016) op verzoek van een aantal Joint Regulation gemeenten, vermeldt overigens om kwaliteitscontrole bij het vormgeven van toekomstig cannabisbeleid ook voorop te stellen. Deze studie van de Radboud Universiteit bekijkt kwaliteitscontrole daarbij specifiek vanuit de optiek van positieve mensenrechtenverplichtingen, citaat:
…roept de vraag op of het zonder kwaliteitscontrolesysteem toestaan van consumentenverkoop van cannabis voor recreatief gebruik niet in strijd is met de verplichtingen tot bescherming onder het recht op gezondheid(pag. 45).

Intro
In navolging van de adviescommissie Knottnerus is er geen THC en CBD minimum of maximum ingesteld binnen de wietproef. De prijs en het aanbod van de wiet en (nederhasj) wordt aan de markt over gelaten. Tien telers die in aanmerking komen voor een aanwijzing om deel te nemen aan het wettelijke experiment zullen aan moeten tonen minimaal 10 soorten wiet (en/of nederhasj) te kunnen kweken. Telers zijn verantwoordelijk voor een verzegelde verpakking en het vervoer via een waarde-transport bedrijf. Natuurlijke personen of rechtspersonen betrokken bij de teelt binnen louter Nederlands grondgebied onder een aanwijzing zullen als ingezetene een VOG moeten kunnen overleggen; dat betekent dan ook veroordeelde telers met een 9a voor een hennepdelict niet voor de wietproef in aanmerking zullen kunnen komen, terwijl die nu juist aantoonbare ervaringsdeskundige groene vingers hebben. De gemiddelde kosten voor alleen de aanmelding voor de teelt worden hierbij geschat op 12000 euro. Het aspect dat hiervoor wel een bankrekening voor moet kunnen worden geopend daar is zowel de adviescommissie Knottnerus aan voorbij gegaan, zo ook deze concept AMvB, aangezien de gedoogde coffeeshops veel hinder ondervinden met banken, laat staan gedoogde telers;
- Voor aspirant telers die een aanwijzing voor de teelt wensen een ervaringsdeskundige tip van cannagenethics foundation, die zich inzet voor een cannabis genenbank/levende cannabis genen bibliotheek, zie de Europese in Duisland gevestige internetbank: https://www.n26.com/en-eu/

Art 5. Betreft de handelsvoorraad.
De burgemeester is als bevoegd bestuursorgaan in staat via een aanvraag van ontheffing art 67 algemene wet rijksbelastingen (AWR) in het kader van een goede vervulling van een publiek rechterlijke taak bij het ministerie van Financiën de belastingdienst te verzoeken om een conforme nulmeting op de werkelijke gemiddelde handelsvoorraad uit te laten voeren bij deelnemende coffeeshops (deze data zijn verzameld i.h.k.v research naar de randvoorwaarden van de implementatie van de handhaving op opiumwet 3b lid 2/wet camulet bij gedoogde verkoop).
Normaliter is de belastingdienst een uitvoeringsorgaan die in het kader van belastingheffingen naar het economische omzetvolume bij coffeeshops kijkt. Vanwege de bewerkelijkheid van deze dataverzameling in het kader van een conforme nulmeting, gelet op een reel gemiddelde week handelsvoorraad die in de concept AMvB is genoemd, is voor te stellen dat alleen het 3e kwartaal van bijvoorbeeld 2018 wordt bekeken. Jaardata zouden te veel tijd kosten en menskracht vragen als ik diverse belastinginspecteurs goed heb begrepen. De totaalvoorraad via inzage in de boeken waarbij begin en eindvoorraad per dag wordt bekeken met tussentijdse aanvullingen wordt vervolgens gedeeld door het aantal weken zodat er een reële gemiddelde aan weekvolume (weekstash-omvang) kan worden aangegeven aan de burgemeester door de belastingdienst. Het is dan wel verstandig daarbij een onderscheid naar wiet/hash/blocks/spacecake/ voorgedraaide joints te maken om te zien hoe een weekvolume is opgebouwd uit diverse productgroepen en aansluit ‘bij het thans beschikbare repertoire van cannabisproducten’ (Knottnerus, p.69), zodat meteen helder is welk gedeelte wiet en welk gedeelte (buitenlandse of neder)hasj betreft.
Een ontheffing van art 67 AWR is nodig omdat een belastinginspecteur die deze data in het kader van het experiment verzameld hierbij, zoals dat volgens jargon van een kiene Eindhovense belastinginspecteur heet, te maken heeft met ‘een doeldoorbreking van de fiscaliteitstaak’ wegens dataverzameling buiten de directe belastingheffing. Zoals het nu in algemene termen van de concept AMvB staat omschreven is niet duidelijk hoe de burgemeester precies het weekvolume van een deelnemende coffeeshop aan het experiment dient vast te stellen. Deze route via een ontheffing van art 67 AWR met hulp van belastinginspecteurs zou een valide en onderbouwde wijze hiertoe zijn. Een andere mogelijkheid is deelnemende coffeeshops zelf te vragen naar een gemiddelde weekvoorraad van hun gedoogde verkooppunt, al kan dat wel incidenteel erg seizoengevoelig zijn met grote schommelingen, dan wel in ongunstige gevallen wegens mogelijke administratieve (juridische) rompslomp betreft de reguliere wekelijkse stashvoorraad dus lastig zijn om reeel vast te stellen of binnen heldere marges in te schatten.

Art 15 a - bedrijfsplan.
De kern voor een bedrijfsplan bij gecontroleerde teelt vormgeven via good agricultural collection practise EMEA 2006 richtlijn behelst een homogene teelt door stekken/klonen te nemen van een identieke moederplant per oogst/batch. Dit is ook relevant t.b.v een valide bemonstering voor representatieve kwaliteitscontrole via labanalyse en dus een etiket met percentages werkzame stoffen per aangeboden gram cannabis gedurende de wietproef. In geval van onbekende klandestiene herkomst wordt het testen van cannabis een kostbare aangelegenheid, aangezien elk topje apart getest dient te worden om de samenstelling van de cannabis valide te kunnen vaststellen, daarbij hebben sommige coffeeshops aangegeven dat indien ze buiten het experiment vallen wel de mogelijkheid willen om cannabis te kunnen laten testen bij een officieel lab betreft het aspect van respresentativiteit van testresultaten, als dat al zou worden gerealiseerd, nog nooit nader stilgestaan…

Onder GACP-richtlijnen wordt een kweeklogboek bij gehouden met het gebruik van voeding/vocht/aarde/licht per batch, zodat inzichtelijk is voor bijvoorbeeld NVWA handhavers en het controlerende waterschap wat de kweekprocedure is geweest, maar is ook ter aanvullende informatie voor de chemische analyse in het lab en met oog op intervisie voor educatieve doeleinden voor een lerende organisatie (ook onderdeel van het bedrijfsplan art 15f AMvB concept) onontbeerlijk; dit alles ten dienste van en voor de validiteit, betrouwbaarheid en representativiteit van de kwaliteitscontrole via lab-analyse die rekening houdt met art 27 (kwaliteit) uit AMvB concept:

1. De geteelde hennep of hasjiesj is vrij van zware metalen en van residuen van bestrijdingsmiddelen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het door de aangewezen teler op deskundige wijze laten bepalen van het THC-CBD-gehalte van de geteelde hennep of hasjiesj en het laten controleren van de geteelde hennep of hasjiesj op de afwezigheid van de stoffen, bedoeld in het eerste lid.

Art 15 e.
Daar het waterschap controleert op de afwatering van de kweekaccomodaties (i.k.v wet op de reststromen per 1-1-2018) pers. comm. James Burton/SIMM gemeente Naaldwijk & zie ook Peters & Uland p. 25 Heerlense kweekbusiness-case ter borging dat er geen additives bij de kweek zijn gebruikt, is dus ook geen dure analyse a 1000 euro noodzakelijk met oa een test op zware metalen en pesticiden die nu in het AMvB concept staat vermeld.

De bemonstering van gedroogde 'ge-curede' cannabis uit een batch van identieke genetica geschied per kilo voor de gedoogde verkoop bestemde cannabis binnen de wietproef, waarbij er ook een duplo-sample van 5 gram gedroogde wiet wordt meegestuurd naar het lab. Waarna het sample homogeen wordt opgemaakt en getest bij Rikilt BV te Wageningen dan wel nog liever via Universiteit Leiden via NMR/nuclair magnetic resonance voor betreft de run op plantzuren en cannabinoiden. Hierbij zijn geen referentiestoffen voor de analyse benodigd (i.t.t gas of liquid chromatografie), maar geldt middels de magnetische testmethode een interne validering; hierdoor is NMR de ‘meest betrouwbare manier’ om de samenstelling van cannabis op cannabinoiden vast te kunnen stellen. Deze NMR-testrun is volgens emeritus hoogleraar farmacognosie Rob Verpoorte in 3,5 minuut te realiseren. Een NMR is een autosampler, die 24/7 analyses kan verzorgen. Voor wat betreft de analyse op terpenen/geurstoffen van cannabis is bijvoorbeeld een gaschromatograaf nodig die een testrun heeft van een half uur. De twee testruns kosten via Universiteit Leiden aanzienlijk minder dan het GLP-proxylab, die 1000 euro per test vragen. Medicinale Bedrocan-cannabis wordt via  Proxy geanalyseerd op de samenstelling, terwijl de commissie Knottnerus ook aangeeft dat voor coffeeshopcannabis binnen de wietproef minder strikte marges ten opzichte van die voor medicinale cannabis zouden hoeven te gelden betreft te stellen normen. De recente Memorandum Of Agreement van 12 december 2018 tussen ASTA International en ICCI zou betreft een valide testmethodologie binnen en buiten de wietproef ook interessant zijn. 

Doordat het waterschap de afwatering van de kweekaccomodatie reeds op zware metalern en additives heeft onderzocht is er dus geen dure analyse op additives als pesticiden nodig. De adviescommissie Knottnerus stelde betreft kwaliteitscontrole voor de wietproef in par 3.1.4 voor om een onafhankelijke kwaliteitscontrole uit te voeren op de voornaamste werkzame stoffen van cannabis THC en CBD, terwijl er nog wel andere onbekende interessante cannabinoiden zijn.

De commissie beveelt aan om in het experiment, in aanvulling op professionele kwaliteitseisen aan de teelt, ook een onafhankelijke kwaliteitscontrole en analyse van de cannabis uit te voeren. Daarmee kan worden getoetst of het product voldoet aan de kwaliteitseisen en kan zicht worden gehouden op het THC en CBD-gehalte. Onafhankelijkheid van deze kwaliteitscontrole is noodzakelijk om belangenverstrengeling te voorkomen. In de medicinale keten worden bij de bepaling van onder andere het THC- en CBD-gehalte zeer strikte marges gehanteerd. Dit wordt ingegeven door de eisen die de GMP stelt aan producten voor medicinaal gebruik. Bij niet-medisch gebruik acht de commissie het niet bezwaarlijk om bij de bepaling van het THC en CBD-gehalte van de verschillende cannabisvariëteiten iets minder strikte marges te hanteren.” 

Echter is het onduidelijk waarom terpenen hierbij niet genoemd worden, die wel van invloed zijn op de werkzaamheid en smaakbeleving en dus in het kader van voorlichting en preventie wel relevant om te vermelden, zie Ethan Russo (2011) over het 'entourage effect' betreft de wisselwerking van cannabinoiden en terpenen: Bij art 15e van de concept AMvB dienen telers zelf dan wel via een mogelijke ministriële regeling THC en CBD gehaltes vast te stellen. Dat zou dus kunnen betekenen dat telers zowel een aanwijzing om te mogen telen, verpakken en transporteren zouden moeten hebben als ook een opiumontheffing voor de chemische analyse van de aangeboden cannabis. Mogelijk dat de ministriële regeling daar uitsluitsel over geeft en meteen ook over de te hanteren methodologische uniforme testmethode bijvoorbeeld via monografie of te volgen analyse-protocol en is dat dan met of zonder omzetbelasting bij de valide kwaliteitscontrole? Over cannabis kan geen BTW worden gerekend volgens Europese jurisprudentie, maar moet dat dan wel betreft de chemische analyse, etikettering, verpakking, transport en beveiliging worden gedaan?

Zoals de kwaliteitscontrole nu staat gedefinieerd in de concept AMvB, met een neiging van de strekking van de slager die zijn eigen vlees keurt, ongeacht de controles van het waterschap, voorzie ik methodologische losse eindjes, daar een testlocatie in bezit moet zijn van een opiumontheffing om THC als psychoactieve referentiestof aan te kunnen schaffen (dan wel zelf te moeten destilleren via een te zeer bewerkelijke methode m.b.v THC-kristallen of THC-isolaat….?) in het geval voor chromatografie als testmethode zou worden gekozen, al heb ik met prof. Verpoorte de expliciete voorkeur voor NMR voor wat betreft de testruns op cannabinoiden en plantzuren (THCA en CBDA).
Het kabinet is er duidelijk nog niet uit, in antwoord op vragen van D66 bij het voorlopig verslag op 27-11-2018 staat dan ook:
"Op de vraag hoe de controle op kwaliteit geregeld zal worden, antwoorden wij dat dit nog verder wordt uitgewerkt. Mogelijk gaan wij uit van een model waarbij telers van elke oogst een of meer monsters nemen en deze laten onderzoeken door een daartoe uitgerust laboratorium. De toezichthouder controleert de wijze waarop de telers monsters nemen en de uitkomsten van het laboratoriumonderzoek".

Genetica
Ook over de selectie van genetica als het gaat om kwaliteit van de aangeboden cannabis, is de vraag te stellen of deze genetica wel stabiel is, al worden mogelijke euvels daarbij door gebruik te maken van identieke moederplanten via de GACP-procedure wel enigsinds ondervangen. Het is andersinds wel erg opmerkelijk dat gelet op de antwoorden (par 3.5.2 06-06-2018) van dit kabinet op kamervragen van PvdA/SP/groen links over art 1 en zeker ook 8j (8.10 in Nederlandse vertaling:
'met inachtneming van haar nationale wetgeving, de kennis, vernieuwingen en gebruiken van autochtone en plaatselijke gemeenschappen te eerbiedigen, te beschermen en in stand te houden, waarop hun tradities zijn gebaseerd die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en de toepassing daarvan op grotere schaal te bevorderen, met de instemming en deelneming van de dragers van die kennis, vernieuwingen en gebruiken, en de eerlijke verdeling van de voordelen van de toepassing van die kennis, vernieuwingen en gebruiken te stimuleren') van het door Nederland geratificeerde Biodiversiteitsverdrag:
Bij het uitwerken van het experiment en het opstellen van wet- en regelgeving zal acht geslagen worden op verdragsverplichtingen”, aan verdragsverplichtingen wordt m.b.t de diversiteit aan genetisch bronmateriaal van cannabis op geen enkele wijze gerefereerd en dus niets over in de concept AMvB is opgenomen vooralsnog, dan wel volgt hierbij mogelijk ook nog een Ministriële regeling?
Hoe te voorkomen dat 10 telers tien dezelfde commerciële soorten gaan kweken (al kan het kweek-resultaat van dezelfde zaadhandel wel verschillen door kweekcondities en licht/voeding/kuren uiteraard) en bijvoorbeeld niet kiezen voor een aantal CBD rijke wiet-variëteiten? Op welke wijze vindt hierover overleg plaats binnen de experimentele gesloten coffeeshopketen? Al deze vragen geven dus de losse eindjes weer. Kwaliteitscontrole dient dus al vooraf aan de selectie van variëteiten binnen/voor de wietproef te hebben plaatsgevonden t.b.v de gewenste diversiteit die aansluit bij diverse behoeften binnen de cannabismarkt (o.a ook edibles) in het licht van het streven naar een geslaagd experiment en dient ook ter voorkoming van misverstanden tussen telers via de aanwijzing en geselecteerde coffeeshops die deel zouden nemen aan de wietproef, indien er uberhaupt nog gemeenten zijn die het experiment onder deze condities zouden zien zitten.

Tot slot 
Het is opmerkelijk dat er geen sociaal plan ligt voor personeel van de coffeeshop die nu nog zorg dragen voor bijvoorbeeld voorgedraaide joints (puur dan wel met tabak  of herbal mix) en die zoals het wietexperiment nu is vormgegeven ‘overtollig’ dreigen te raken, dan wel nog maar moeten zien of ze emplooi bij een van de 10 telers met een aanwijzing kunnen vinden om dezelfde werkzaamheden te kunnen blijven verrichten. Om over de buitenlandse hasj nog maar te zwijgen, gelukkig hebben diverse burgemeesters in het kader van de openbare orde zich daar wel duidelijk over uitgesproken, nu nog over de verdragsverplichtingen van het Biodiversiteitsverdrag t.a.v behoud van genetisch bronmateriaal van het bijzonder curieuze plantje cannabis...

Aldus, drs. Hester Kooistra, humanisticus te Amsterdam, 24-11-2018.