De cannabismarkt in Nederland, raming van aanvoer, productie en consumptie en uitvoer.

De cannabismarkt in Nederland, raming van aanvoer, productie en consumptie en uitvoer.

De nederwietteelt in Nederland groeit en bloeit als nooit tevoren. De politie ontmantelt jaarlijks duizenden hennepkwekerijen. Dit roept de vraag op in hoeverre de hier geproduceerde cannabis wordt verkocht in coffeeshops en andere verkooppunten dan wel wordt geëxporteerd. Critici van het drugsbeleid krijgen een sterk argument in handen als blijkt dat ons land grote hoeveelheden nederwiet produceert voor de export. Zicht op de cannabismarkt is ook van belang voor het standpunt inzake de bevoorrading van coffeeshops. De discussie over een mogelijke oplossing van de ‘achterdeurproblematiek’ door het reguleren van de hennepteelt is gebaat bij een adequaat inzicht in de omvang van de wietproductie.

Dit rapport door de nationale recherche in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie gaat over de voornaamste kwantitatieve aspecten van de markt voor softdrugs in Nederland. Aan de orde komen de productie van nederwiet, het gebruik van cannabis alsmede de aan–, door– en uitvoer van softdrugs. De schattingen van de omvang van de stromen zijn onderling vergeleken om de plausibiliteit van uitkomsten te kunnen bepalen. Hierbij zijn vragen gesteld die lang niet allen beantwoord zijn of kunnen worden:

1. Hoeveel cannabis wordt in Nederland geproduceerd?
⦁ Hoeveel hennepplanten staan er in een kwekerij?
⦁ Hoeveel nederwiet wordt er per hennepplant geoogst?
⦁ Hoeveel oogsten realiseert een hennepkwekerij per jaar?
⦁ Hoeveel hennepkwekerijen worden door de politie ontmanteld?
⦁ Hoeveel hennepkwekerijen worden door energiebedrijven ontdekt?
⦁ Hoeveel elektriciteit wordt door hennepkwekers gebruikt?
⦁ Hoeveel elektriciteit is nodig voor het produceren van een gram nederwiet?
⦁ Hoe is de spreiding van de hennepteelt?

2. Hoeveel cannabis wordt in Nederland geconsumeerd?
⦁ Hoeveel personen gebruiken eenmaal of vaker per jaar cannabis?
⦁ Wat is de frequentie van de consumptie?
⦁ Hoeveel cannabis wordt geconsumeerd bij een gebruiksmoment?
⦁ Welk deel van de cannabisconsumptie betreft nederwiet?
⦁ Hoeveel coffeeshops zijn er in ons land?
⦁ Welk deel van de hier te lande geconsumeerde cannabis wordt aangeschaft in een coffeeshop?

3. Hoeveel cannabis wordt aangevoerd?
⦁ Waar komt de cannabis vandaan die in Europa wordt geconsumeerd?
⦁ Hoeveel cannabis wordt door de Europese opsporingsinstanties in beslag genomen?
⦁ Wat is de verhouding tussen de diverse cannabisvariëteiten die in Europa worden onderschept?
⦁ Hoeveel van de elders geconfisqueerde cannabis was onderweg naar Nederland?

4. Hoeveel cannabis wordt doorgevoerd of geëxporteerd?
⦁ Hoeveel cannabis wordt hier te lande geconfisqueerd die was bestemd voor andere landen?
⦁ Hoeveel cannabis wordt in het buitenland in beslag genomen die afkomstig is uit Nederland?
⦁ Wat is de verhouding tussen de diverse variëteiten bij cannabis die afkomstig is uit Nederland en elders wordt onderschept?
⦁ Welk aandeel heeft nederwiet in de cannabismarkt van buurlanden?


Door de gegevens over aantallen kwekerijen, opbrengst per plant, aantal oogsten per jaar en pakkans te combineren is de nationale wietproductie geraamd: tussen 323 en 766 ton per jaar. Er is evenwel reden tot twijfel over de juistheid van deze schatting, onder andere omdat die veel hoger uitkomt dan het geraamde binnenlandse verbruik. Circa 2/3 deel van het cannabisverbruik in ons land betreft nederwiet; de rest is vooral Marokkaanse hasjiesj. Coffeeshops zijn het belangrijkste kanaal waarlangs cannabis bij de consument terecht komt.


De statistieken over de hoeveelheden cannabis die in Europa worden onderschept vertonen een neerwaartse trend voor marihuana en een opwaartse voor hasjiesj. De stijgende lijn duidt op een toename van de aanvoer van hasjiesj, die vooral uit Marokko afkomstig is. De dalende tendens voor marihuana hangt vermoedelijk samen met een groei van de hennepteelt in Europa. Buitenlandse opsporingsdiensten onderscheppen grote hoeveelheden cannabis die onderweg is naar Nederland. Verreweg het grootste deel betreft hasjiesj. In ons land nemen douane en politie steeds minder cannabis in beslag. Meer dan de helft van de onderschepte softdrugs bestaat uit hasjiesj, voor het overgrote deel van Marokkaanse oorsprong.

Uit beslaggegevens van buurlanden blijkt dat Nederland fungeert als belangrijk doorvoerland voor buitenlandse cannabis. Vergeleken hiermee lijkt de export van nederwiet van bescheiden omvang. Data over drugstoerisme duiden erop dat jaarlijks tienduizenden buitenlanders in Nederland softdrugs aanschaffen. De meesten nemen kleine hoeveelheden mee naar huis. Cannabismarkten in buurlanden worden voor een beperkt deel op deze wijze bevoorraad. De hennepteelt in de buurlanden en de doorvoer van niet–Nederlandse cannabis lijken van grotere importantie dan de aanvoer van nederwiet vanuit ons land.
Een nieuwe trend in dit verband is de toenemende betrokkenheid van Nederlandse verdachten bij de wietteelt in Duitsland en België. Vermoedelijk houdt deze ontwikkeling verband met de intensivering van de opsporing van hennepkwekerijen in ons land.

Op Europees niveau kan de cannabisconsumptie worden geschat op basis van prevalentie- percentages en gebruikspatronen of aan de hand van productie– en beslaggegevens. De uitkomsten van beide schattingen vertonen grote gelijkenis. Door vanuit de Europese dimensie terug te redeneren naar de Nederlandse situatie kan de bandbreedte van de nationale raming worden verkleind. Het jaarlijkse cannabisverbruik komt dan uit tussen 61 en 76 ton, waarvan 39–54 ton nederwiet.

De Europese data kunnen ook worden gehanteerd om zicht te krijgen op het aandeel van Nederland in de Europese markt voor marihuana. Als we de nederwietproductie afzetten tegen de (geschatte) Europese marihuana–aanvoer, komt naar voren dat ons land verantwoordelijk zou kunnen zijn voor grofweg de helft ervan. Gezien de betrekkelijk geringe hoeveelheden nederwiet die in buurlanden worden onderschept is deze uitkomst niet erg aannemelijk. Een van de conclusies is dan ook dat de schattingen van productie en export te sterk afhankelijk zijn van assumpties die klaarblijkelijk niet, althans niet helemaal, in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Het werken met deze veronderstellingen was evenwel noodzakelijk vanwege het gebrek aan goede gegevens. Daarom wordt aanbevolen extra inspanningen op het vlak van registratie, analyse en onderzoek te verrichten teneinde beter zicht te krijgen op de meest relevante aspecten van de Nederlandse cannabismarkt.

Reflectie – Gemiddeld worden in Nederland 16 wietplantages geruimd. Het is onbekend of de grote van die plantages ook bij onderzoeksdoeleinden worden betrokken om het volume en de bestemming van de illegale wietkweek aan te kunnen geven of dat deze informatie zich alleen tot strafrechtelijke procedures leent. Mogelijk dat dit ook de kleine plantages van 5-10 planten betreft. Wat opvalt is dat volgens deze informatie van de recherche uit 2006 2/3 van de markt wiet zou betreffen en 1/3 buitenlandse hasj. Echter recentelijk wordt eerder aangegeven dat 15-20% van de markt buitenlandse hasj betreft. Dat Nederland het belangrijkste doorvoerland in Europa van buitenlandse hasj zou zijn kan te maken hebben met de havens die Nederland rijk is. Wat betreft wiet voor de Nederlandse markt zou die tegenwoordig eerder uit Spanje en de Balkan-landen afkomstig zijn, wat dus vraagtekens zet betreft de Nederlandse export/of doorvoer-mythe en de ramingen van de omvang daarbij.

Dienst nationale recherche informatie, 2006 https://www.politieacademie.nl/kennisenonderzoek/kennis/mediatheek/PDF/89207.PDF