Hoofd Menu

Cannabis in de Eerste Kamer

De wijziging van de Opiumwet om alle handelingen die illegale hennepteelt voorbereiden en bevorderen strafbaar te stellen met een gevangenisstraf tot 3 jaar of een geldboete werd in het najaar van 2014 in de Eerste Kamer behandeld. Het kabinet denkt met deze wijziging een bijdrage te leveren aan de bestrijding van illegale hennepteelt. Met dit wetsvoorstel (32 842, nr. 2) worden personen en bedrijven die geld verdienen met de levering van goederen of diensten en de financiering van illegale hennepteelt strafbaar. Het gaat bijvoorbeeld om growshops, transport- en distributiebedrijven, verhuurders van loodsen en schuren, elektriciens die illegale elektrische installaties aanleggen of de handel in kant-en-klaar ingerichte kasten voor de illegale hennepteelt (deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer). Het wetsvoorstel 32 842 is op 6 juli 2011 ingediend bij de Tweede Kamer en op 2 april 2013 aangenomen; PVV, SGP, CDA, ChristenUnie en VVD stemden voor.

De plenaire behandeling door de Eerste Kamer vond plaats op 4 november 2014 en de stemming hierover een week later. Het wetsvoorstel is op 11 november 2014 bij hoofdelijke stemming met 39 stemmen voor (van VVD, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP en OSF) en 31 stemmen tegen(van PvdA, SP, D66, GroenLinks 50PLUS en PvdD) aangenomen. Dit zijn 70 van de 75 Eerste Kamerzetels: 5 Eerste Kamerleden hadden zich wegens ziekte of verblijf elders afgemeld.

Door deze wetswijziging, die op 1 maart 2015 is ingegaan, kunnen zodoende dus alle schakels in de voorfase van de cannabisproductie (de tuin- en achterdeuren) worden vervolgd. Dit betekent met name dat vanaf deze datum het exploiteren van growshops strafbaar wordt gesteld.(zie ook brief VNG en artikel website VNG). Het Openbaar Ministerie (OM), politie, FIOD, Belastingdienst, gemeenten, provincies en het Rijk treden met ingang van 1 maart 2015 gezamenlijk op tegen facilitators van illegale hennepteelt. Op diverse plekken zullen controles gaan plaatsvinden. Het gedoogde en strafbare op een rijtje: de Aanwijzing en Richtlijn per 1 maart 2015. 

Tijdens het debat van 4 november 2015 werd tevens de motie-Ter Horst (PvdA) c.s. over de instelling van een commissie die de regering moet adviseren over het toekomstige softdrugsbeleid (EK 32 842, L) ingediend. De motie is op 11 november 2014 na stemming bij zitten en opstaan verworpen. Een minderheid van PvdA, GroenLinks, SP, D66, PvdD en 50PLUS stemden voor.

Bij de plenaire behandeling op 4 november 2014 had senator mw. Ter Horst (PvdA) een aantal opmerkelijke vragen aan de minister van Veiligheid en Justitie: “De minister heeft telkenmale aangegeven dat hij het bestaande gedoogbeleid niet wil frustreren. Valt het verlenen van vergunningen aan coffeeshops door gemeenten onder het faciliteren van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, strafbaar gestelde feiten? Met andere woorden: is het verlenen van vergunningen aan coffeeshops in strijd met de onderhavige wet? Klopt onze beoordeling dat dit wetsvoorstel extra drempels opwerpt voor de door burgemeesters gewenste experimenten met regulering van hennepteelt? Hoe zit het met het ambtelijk of bestuurlijk voorbereiden van nota's over het reguleren en certificeren van hennepteelt? Is dat wellicht ook strafbaar?”

Antwoord van dhr. Opstelten,de minister van Veiligheid en Justitie, op deze vragen: “Mevrouw Ter Horst vroeg of verlening van een vergunning voor het houden van een coffeeshop onder de reikwijdte van het wetsvoorstel valt. Dit wetsvoorstel ziet op voorbereidingshandelingen. In coffeeshops vinden geen voorbereidingshandelingen plaats. De vergunningverlening in coffeeshops is dan ook een andere dan bijvoorbeeld het verlenen van een vergunning voor een growshop. Het laatste kan met dit wetsvoorstel dan ook niet meer.”

Wanneer de publicatie in het Staatsblad een feit is en het wetsvoorstel definitief wet geworden is, zal het voor diegenen - de (illegale) kwekers die de coffeeshops nu voorzien van de cannabis neerlandica (die gedoogd aan de voordeur wordt verkocht) - alleen maar nog moeilijker worden te voorzien in de vraag van de coffeeshops. Immers: geen groeishops meer om je materialen van te betrekken en nog meer mogelijkheden voor justitie om tot vervolging over te gaan.

Deze wijziging van de Opiumwet bemoeilijkt een regulering van de aanvoer naar de gedoogde coffeeshops ten zeerste. Of om senator Nagel (50PLUS) te citeren (ook plenaire behandeling Eerste Kamer 4 november 2014): “Voorzitter. Zo'n 40 jaar geleden was ik eindredacteur van het politieke radioprogramma In de Rooie Haan. In dat programma gaf de helaas dit jaar overleden Koos Zwart, zoon van PvdA-minister Irene Vorrink, wekelijks drugsvoorlichting en noemde hij de zwartemarktprijzen van de diverse wietsoorten. Toen al ging de discussie over begrippen als illegaliteit, criminaliteit, kwaliteit en gezondheid. In die dagen werd alom geconstateerd dat de Haagse politiek achter de feiten aanholde. Nu, 40 jaar later, geldt die conclusie opnieuw of nog steeds. Of je nu voor of tegen het reguleren van bepaalde softdrugs bent, de conclusie kan niet anders zijn dan dat het huidige beleid finaal is vastgelopen en dat de voorliggende wetswijziging geen oplossingen biedt maar de problemen juist zal vergroten.”

Voorafgaand aan de plenaire behandeling op 4 november 2014 heeft de voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (van de Eerste Kamer) een brief gericht aan de Minister van Veiligheid en Justitie. Citaat uit de brief van Mr. dr. A.W. Duthler van 11 juli 2014: “Een grote groep burgemeesters ziet met lede ogen aan dat steeds meer inwoners bij de productie van hennep worden betrokken en zo in de armen van criminele organisaties worden gedreven. Het pleidooi dat deze burgemeesters bij u hebben gehouden, heeft niet geleid tot een gewijzigd inzicht bij u. De commissie is van mening dat het bij behoorlijke bestuurlijke verhoudingen hoort dat de regering een open oor heeft voor de gemeenten in Nederland. Zij verzoekt u en uw ambtgenoot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met klem om de door de burgemeesters geschetste problematiek serieus te nemen en met hen in contact te treden teneinde tot een oplossing van de problemen te komen. Voorts nodigt de commissie u en uw ambtgenoot van BZK uit voor een mondeling overleg op 9 september 2014 teneinde van u beiden te vernemen wat u reeds gedaan heeft om de problemen die gemeenten rond het softdrugsbeleid ervaren, op te lossen en wat u op dit vlak voornemens bent in concreto te doen, zowel qua proces als qua inhoud.”

Een paar dagen voor dit mondeling overleg van 9 september stuurde minister Opstelten op 4 september 2014 een antwoord aan de Voorzitter van de Eerste Kamer: “Alles overziende heb ik daarbij moeten vaststellen dat ik met een aantal burgemeesters van inzicht verschil over wat de meest effectieve en daarmee gewenste aanpak kan en moet zijn. Het antwoord op de problematiek moet mijns inziens niet gevonden worden in regulering van de teelt, maar in een krachtige en gezamenlijke aanpak van criminaliteit en overlast. In dit standpunt word ik gesteund door het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie.”

De commissie voor Veiligheid en Justitie, Eerste Kamer, heeft dus op 9 september 2014 mondeling overleg gevoerd met minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de bestuurlijke verhoudingen in Nederland in relatie tot de problemen rond de productie van hennep. Enkele citaten uit de bijdragen van onze minister van V & J tijdens dit overleg.

Opstelten: “De vraag was of ik bereid ben om een experiment te doen. Ik denk dat dit niet past in het beleid dat wij voeren. Het is niet kinderachtig, van "ach, een experimentje". Als je een experiment doet, zet je de situatie open voor ander beleid. (…) Een experiment zal geen oplossing bieden voor de bestrijding van de overlast en ook niet voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.(…) Ik geloof dus niet in het experimenteren met en het certificeren van de teelt voor de coffeeshops. Dat vind ik helemaal geen instrument. Het gaat mij om de aanpak van de grote criminaliteit, meerjarig.”

Opstelten: "Er zijn ten aanzien van het coffeeshopbeleid twee elementen in het regeerakkoord opgenomen. Die vormen niet alleen het vertrekpunt, maar voor de hele periode het beleid. Het eerste is het zogenaamde "ingezetenencriterium" dat wordt toegepast. Er is net een rapport verschenen over hoe het daarmee gaat. Het tweede is dat wij de georganiseerde criminaliteit die zich voordoet rond het drugsbeleid duidelijk aanpakken. Ik heb in de brief al het nodige geschreven over hoe we dat doen."